- Gebied
- Azië
- Oorsprong
- Zuid- en Zuidoost-Azië en Zuid-China
- Engelse naam
- Rangoon creeper fruit, Quisqualis
- Tradities
- Chinese geneeskundige tradities
Azië · Kruid · № 775
Combretum indicum (syn. Quisqualis indica)
Kruid · Azië
Rangoonklimplant (shi jun zi)
Combretum indicum (syn. Quisqualis indica)
Traditioneel toegeschreven werking: werd gebruikt tegen spoelwormen en bij een slechte spijsvertering bij kinderen.
Veiligheid en aandachtspunten
Kan hik, misselijkheid en duizeligheid geven. Niet bij een koude, zwakke milt of diarree. Wormen bij kinderen laten behandelen door de huisarts. Traditioneel gebruik is geen bewijs van werking; overleg bij zwangerschap, borstvoeding, medicijngebruik of een aandoening met een arts of apotheker.
Bereiding
Vrucht. Meestal als afkooksel, samen met andere kruiden.
Gebruik in tradities
Beschreven in de klassieke Chinese materia medica, in de groep 'middelen tegen parasieten'. Shi jun zi is genoemd naar Guo Shijun, een arts uit de Song-tijd die het tegen spoelwormen bij kinderen gebruikte. De zaadjes worden geroosterd gegeten; te veel geeft hik.
Toepassingen
Gebruik per traditie
Zo beschrijven verschillende kruidentradities dit kruid. Hoeveelheden zijn traditionele richtlijnen die op duidelijke fouten zijn gecontroleerd; ze zijn geen medisch advies. Bij giftige planten staat bewust geen dosering.
Chinese materia medica
- Aard en smaak
- zoet, warm
- Meridianen
- milt, maag
Toegeschreven werking
Bij wormen, vooral spoelwormen, en bij ondervoeding en spijsverteringsklachten bij kinderen met weinig eetlust, een opgezette, pijnlijke buik en algemene zwakte.
Bereiding en hoeveelheid
Traditionele dosering: 6–12 g per dag, meestal in afkooksel.
- Bereidingswijzen
- Afkooksel (decoct)