
Indiaas subcontinent
Ayurveda
Zuid-Azië; klassieke teksten opgebouwd over eeuwen
Ayurveda betekent letterlijk "kennis van het leven": āyus is leven, veda is kennis. De wortels liggen diep in de geschiedenis van Zuid-Azië. In de Vedische teksten, vooral de Atharvaveda, komen al geneeskrachtige planten en spreuken tegen ziekte voor, maar een samenhangend medisch systeem tekent zich pas later af. Dat systeem kreeg vorm in drie klassieke werken die samen de Bṛhat Trayī heten, "de grote drie": de Charaka Samhita, over inwendige geneeskunde, de Sushruta Samhita, over chirurgie, en de Ashtanga Hridaya van Vagbhata. De eerste twee groeiden over eeuwen en kregen hun huidige vorm ruwweg tussen enkele eeuwen vóór en enkele eeuwen na het begin van onze jaartelling. Vagbhata vatte rond de zevende eeuw beide samen. Traditionele dateringen liggen vaak veel vroeger; historici houden het op deze voorzichtigere schattingen. Ayurveda stond nooit op zichzelf. Het beïnvloedde de Tibetaanse Sowa Rigpa en ontmoette Unani, de Grieks-Arabische geneeskunde die met islamitische vorsten naar India kwam. Onder Brits koloniaal bestuur werd westerse geneeskunde de officiële norm. Vanaf het eind van de negentiende eeuw bouwden Indiase hervormers Ayurveda opnieuw op, met eigen colleges, apotheken en gestandaardiseerde middelen. Daarom ziet de Ayurveda van nu er op veel punten anders uit dan de klassieke praktijk.








