Oceanië · Kruid · № 845
Harakeke
Phormium tenax
Het gelachtige sap uit de bladvoet wordt traditioneel op wonden, brandwonden, zweren en schaafwonden aangebracht; de wortel gold als laxerend en wormdrijvend. Wetenschappelijk bewijs is beperkt.

Rongoā Māori is het traditionele geneessysteem van de Māori in Aotearoa Nieuw-Zeeland. Het omvat kruidenmiddelen (rongoā rākau), behandeling van het lichaam zoals mirimiri (massage) en spirituele zorg met karakia (gebeden en bezweringen). De kennis werd mondeling doorgegeven.
Toen de Polynesische voorouders van de Māori zo'n zevenhonderd jaar geleden per kano aankwamen, troffen ze een plantenwereld die grotendeels nieuw voor hen was. In generaties van zorgvuldige waarneming bouwden ze kennis op van inheemse planten als kawakawa, harakeke, mānuka en kōwhai. Toen Europeanen arriveerden, bestond er al een uitgebreid stelsel van zorg, met kennis van het lichaam en van de geneeskracht van planten.
De kolonisatie bracht nieuwe ziekten, landverlies en druk om Europese geneeskunde te volgen. In 1907 nam het parlement de Tohunga Suppression Act aan, gericht tegen tohunga die genazen met een beroep op spirituele krachten. Opvallend genoeg werd de wet gesteund door invloedrijke Māori, onder wie de arts Māui Pōmare en de politicus Āpirana Ngata, uit zorg om charlatans en volksgezondheid. Er volgden weinig veroordelingen, maar rongoā verdween uit het zicht en sommige tohunga gaven hun kennis niet meer door. De wet werd pas in 1962 ingetrokken.
In rongoā is gezondheid nooit alleen lichamelijk. Een mens staat in verbinding met zijn whānau (familie), zijn voorouders, het land en de spirituele wereld. Ziekte kan wijzen op een verstoorde relatie met de natuur, met anderen of met wat heilig is.
Een paar begrippen zijn daarbij onmisbaar. Tapu is wat heilig of beperkt is en beschermd moet worden; noa is het gewone, het vrije. Mauri is de levenskracht in mensen, planten, rivieren en bossen. Wairua is de geest. Mana is het geestelijk gezag en aanzien van een persoon of familie: wie zijn mana kent, heeft zeggenschap over zijn eigen leven en ruimte. Traditioneel onderscheidde men aandoeningen met een zichtbare oorzaak, zoals verwondingen, van mate atua: ziekten met een spirituele oorzaak, bijvoorbeeld na het schenden van tapu, waarvoor de hulp van een tohunga nodig was. Tegenwoordig spreekt men vaak van mate Māori. Als mogelijke oorzaken gelden een geschonden tapu, onopgeloste ruzie binnen de whānau of een conflict dat al generaties doorwerkt.
De band met het land is letterlijk. Na een geboorte wordt de placenta begraven in de grond van de familie, bij Papatūānuku, de aardmoeder. Het woord whenua betekent zowel placenta als land.
Dezelfde gedachte klinkt door in het moderne model Te Whare Tapa Whā van de Māori-gezondheidswetenschapper Mason Durie, uit de jaren tachtig. Het beschrijft gezondheid als een huis met vier wanden: het lichaam (taha tinana), de geest (taha hinengaro), het spirituele (taha wairua) en de familie (taha whānau). Valt één wand weg, dan wankelt het huis. Volgens Durie is de spirituele wand het fundament van de andere drie.
De opvoedkundige Rose Pere beschreef gezondheid als Te Wheke, een octopus. De kop staat voor de whānau, de ogen voor waiora, het welzijn van mens en familie samen. De acht tentakels zijn onder meer het spirituele, de geest, het lichaam, de familiebanden, de mauri, de eigen identiteit (mana ake), de adem van de voorouders (hā a koro mā a kui mā) en het gezond uiten van gevoelens (whatumanawa). Ze zijn met elkaar verweven, zoals de armen van een octopus.
Tohunga waren deskundigen die door hun gemeenschap als zodanig werden erkend, en vaak ook priesterlijke figuren. Kennis van rongoā leefde bij hen en binnen families. Leren gebeurde door leerlingschap: luisteren naar ouderen, meelopen, het bos leren kennen en weten welke karakia bij het plukken hoort.
Er bestaat geen uniforme leer. De praktijk verschilt per iwi (stam), per hapū (subgroep) en per beoefenaar, en er is geen vaste afspraak over diagnose of voorschrift. Wel beschrijft Mason Durie een gemeenschappelijk verloop in drie stappen. Eerst kijkt de genezer niet alleen naar de klacht, maar ook naar een mogelijk geschonden tapu en naar problemen in de familie, ook uit vorige generaties. Daarna volgt geestelijk herstel, bijvoorbeeld met karakia of een ritueel van verzoening. Tot slot komt het eigenlijke middel: mirimiri, rongoā rākau, of behandelingen met water en warmte. Bij het oogsten gelden tikanga, gebruiken die bepalen hoe en wanneer je plukt: met een karakia, en nooit meer dan nodig is.
Na de jaren van onderdrukking werd die overdracht bewust hersteld. In 1993 ontstond Ngā Ringa Whakahaere o te Iwi Māori, een landelijke organisatie van traditionele Māori-genezers. Tegenwoordig leren beoefenaars nog steeds bij ouderen, aangevuld met wānanga, Māori-leeromgevingen waar kennis op eigen voorwaarden wordt doorgegeven.
Rongoā heeft geen klassieke geschreven canon. De kennis leeft in whakapapa (afstamming), karakia, liederen en verhalen. Geschreven bronnen kwamen later en vaak van buitenaf, van zendelingen, botanici en etnografen. Ze zijn waardevol, maar geven maar een deel van het geheel.
Een bekend naslagwerk is Māori Healing and Herbal van Murdoch Riley uit 1994, dat honderden planten en hun gebruik bijeenbrengt. Voor de geschiedenis zijn ook figuren als Māui Pōmare en Āpirana Ngata belangrijk. Zij zetten zich in voor de gezondheid van Māori, maar steunden ook de wet die rongoā ondergronds dreef. Dat laat zien hoe ingewikkeld die tijd was.
Een belangrijk modern document is Ko Aotearoa Tēnei uit 2011, het rapport van het Waitangi Tribunal over de claim Wai 262. Die claim, ingediend in 1991, ging over het beheer van inheemse planten, dieren en Māori-kennis. Het rapport besteedt een apart hoofdstuk aan rongoā.
Hoe rongoā en de westerse geneeskunde kunnen samenwerken, beschrijft het boek Collaborative and Indigenous Mental Health Therapy: Tātaihono (2017). De genezer Wiremu NiaNia werkte vanaf 2005 als cultureel therapeut bij Te Whare Mārie, de Māori-dienst voor geestelijke gezondheidszorg in Porirua. Samen met de kinderpsychiater Allister Bush en de therapeut David Epston beschrijft hij hoe genezer en psychiater naast elkaar met jongeren en hun familie werken. Tātaihono is NiaNia's woord voor die samenwerking: een verbinding die herstel, verzoening en wederzijds respect vraagt.
Rongoā beleeft een duidelijke opleving. Sinds de jaren negentig heeft het een plaats in het zorgstelsel: vanaf 1995 konden regionale zorginstanties rongoā-diensten inkopen, en in 1999 publiceerde het ministerie van Volksgezondheid, samen met Ngā Ringa Whakahaere, standaarden voor traditionele genezing. Daarin staan onder meer afspraken over doorverwijzen naar andere zorgverleners, over de rechten van de patiënt en over het veilig bereiden, bewaren en etiketteren van kruidenmiddelen.
Sinds ongeveer 2020 vergoedt ACC, het Nieuw-Zeelandse ongevallenfonds, rongoā als onderdeel van herstel na letsel. Het volgt daarbij de omschrijving van het Waitangi Tribunal, met onder meer mirimiri, whitiwhiti kōrero (gesprek en advies) en karakia. In 2023 werkte ACC samen met zo'n 150 beoefenaars door het hele land.
Veel Māori combineren rongoā met westerse geneeskunde. Huisartsen worden aangemoedigd ernaar te vragen, zodat zorg op elkaar kan aansluiten. In de geestelijke gezondheidszorg ontstonden vanaf de jaren tachtig Māori-afdelingen en -diensten, waar Māori-gebruiken, ouderen (kaumātua) en soms genezers een vaste plaats hebben naast de reguliere behandeling.
Rongoā rākau, de plantengeneeskunde, gebruikt de inheemse flora. Kawakawa (Piper excelsum) is misschien de bekendste plant: de bladeren worden gebruikt bij kiespijn, wondjes en pijnlijke gewrichten, en als thee. Van harakeke (vlas) dient het plakkerige sap voor wonden en brandwonden. Mānuka en kānuka werden gebruikt bij hoest en buikklachten, mamaku (de zwarte boomvaren) bij zweren en diarree.
Kennis van planten betekent ook kennis van gevaar. Tutu (Coriaria) bevat een gif dat dodelijk kan zijn, en ook andere planten zijn alleen veilig als ze goed worden bereid.
Planten staan niet los van de rest. Een behandeling kan kruiden combineren met mirimiri, met water uit een bron of rivier, en met karakia die de zorg in een spirituele context plaatst.
Rongoā is taonga: kostbaar erfgoed dat bij Māori hoort. Niet alle kennis is bedoeld voor buitenstaanders, en tikanga bepaalt wie wat mag doen. Lees dit hoofdstuk als achtergrond, niet als handleiding.
NiaNia en Bush waarschuwen voor misverstanden in twee richtingen. Een geestelijke ervaring, zoals het zien of horen van een overleden familielid, kan ten onrechte als psychose worden opgevat, maar achter zulke ervaringen kan ook een ernstige ziekte zitten. Daarom werken zij samen en stoppen ze reguliere behandeling niet zomaar. Wie zulke klachten heeft, doet er goed aan zowel een arts als iemand uit de eigen gemeenschap te raadplegen.
Wie producten met kawakawa of mānuka koopt, raakt aan vragen over eigendom van kennis en natuur. Precies daarover ging de claim Wai 262. Kies bij interesse voor bronnen en producten van Māori-makers zelf.
Register
Oceanië · Kruid · № 845
Phormium tenax
Het gelachtige sap uit de bladvoet wordt traditioneel op wonden, brandwonden, zweren en schaafwonden aangebracht; de wortel gold als laxerend en wormdrijvend. Wetenschappelijk bewijs is beperkt.
Oceanië · Kruid · № 23
Piper excelsum
Het blad wordt in rongoā Māori gebruikt bij kiespijn, huidklachten, wonden en blaas- en nierklachten. Het bevat onder meer myristicine; klinisch bewijs voor deze toepassingen ontbreekt.
Oceanië · Kruid · № 846
Sophora microphylla
Boom met gele bloemen, nationaal symbool van Nieuw-Zeeland. De bast werd traditioneel gebruikt op wonden en kneuzingen.
Oceanië · Kruid · № 52
Pomaderris kumeraho
Plant uit de traditionele Māori-geneeskunde; er is weinig wetenschappelijke bevestiging van de werking.
Oceanië · Kruid · № 847
Sphaeropteris medullaris
Het slijmerige merg en sap van deze zwarte boomvaren werden traditioneel gebruikt op zweren en wonden, en bij diarree.
Oceanië · Kruid · № 273
Leptospermum scoparium en Kunzea ericoides
Traditioneel toegeschreven
Samentrekkend, antimicrobieel, antiseptisch, ontwormend (leptospermon); bij zweren, infecties en koorts.
Oceanië · Voeding · № 51
Monoflorale honing met kenmerkende stoffen zoals leptosperine en methylglyoxaal. Gewone voedingshoning is geen behandeling.
Oceanië · Kruid · № 175
Pittosporum eugenioides
Vooral een geurplant: blad, bloemen en hars ruiken naar citroen. Medische toepassingen zijn niet onderzocht.
Oceanië · Kruid · № 848
Coriaria arborea
Zeer giftige struik. Het gif tutine kan stuipen veroorzaken en dodelijk zijn.