
- Gebied
- Azië
- Oorsprong
- Azië, Afrika, Noord-Amerika, Zuid-Amerika, Oceanië (pantropische kusten)
- Sanskriet
- Latakaranja
- Engelse naam
- Bonducella nut
- Andere namen
- Kuberaksha
- Tradities
- Ayurveda, Jamu in Indonesië
Azië · Kruid · № 447
Caesalpinia crista
Kruid · Azië
Bonducnoot
Caesalpinia crista
Traditioneel toegeschreven werking: koortswerend, krampwerend, bitter tonicum, ontwormend, koortsverlagend; bij koorts, wisselkoorts, astma, koliek, zwellingen, bloedingen, leverstoornissen, stuipen en zenuwklachten.
Veiligheid en aandachtspunten
Traditioneel gebruik is geen bewijs van werking; overleg bij zwangerschap, borstvoeding, medicijngebruik of een aandoening met een arts of apotheker.
Bereiding
Zaad- of wortelpoeder 1–2 g; bladthee 12–20 ml; olie uitwendig.
Gebruik in tradities
Beschreven in de Ayurvedische materia medica. Sanskrietnaam: Latakaranja. De harde, grijze zaden (kat karanj) worden in India als knikkers en kralen gebruikt en drijven over zee naar verre kusten. In de Ayurveda worden ze bij koorts en buikpijn gebruikt; in Indonesië (biji kelici) bij malaria.
Toepassingen
Gebruik per traditie
Zo beschrijven verschillende kruidentradities dit kruid. Hoeveelheden zijn traditionele richtlijnen die op duidelijke fouten zijn gecontroleerd; ze zijn geen medisch advies. Bij giftige planten staat bewust geen dosering.
Ayurvedische materia medica
Toegeschreven werking
Koortswerend, krampwerend, bitter tonicum, ontwormend, koortsverlagend; bij koorts, wisselkoorts, astma, koliek, zwellingen, bloedingen, leverstoornissen, stuipen en zenuwklachten.
Bereiding en hoeveelheid
Zaad- of wortelpoeder 1–2 g; bladthee 12–20 ml; olie uitwendig.
- Bereidingswijzen
- Thee (infusie)Poeder en keuken