Wasná, pemmican van de Lakota
Gedroogd vlees, gedroogde bessen en vet, fijngestampt tot koeken: het reisvoedsel van de Lakota.
Traditioneel gebruik
- Tijd
- 30 minuten
- Hoeveelheid
- Ongeveer 12 koeken

Wasná is het Lakotawoord voor wat elders pemmican heet. Gedroogd bizonvlees werd fijngestampt tot het bijna poeder was, gemengd met gestampte gedroogde chokecherries en met gesmolten vet, ongeveer evenveel vet als vlees. De Lakota aten het onderweg als maaltijd: een paar koeken hielden je de hele dag op de been.
Ingrediënten
- 100 g goed gedroogd mager vlees zonder kruiden (bizon, hert of rund, bijv. ongekruide biltong)
- 75 g gedroogde, ontpitte chokecherries of veenbessen
- 75–100 g rundertalg, gesmolten
Stap voor stap
- Maal het gedroogde vlees in een keukenmachine of stamp het in een vijzel tot het rafelig en bijna poederig is.
- Maal de bessen kort mee.
- Roer het warme vet erdoor tot alles net aan elkaar plakt.
- Vorm kleine koeken of balletjes en laat ze opstijven.
Tips
- Tegenwoordig wordt het vet soms vervangen door pindakaas; bewaar de balletjes dan in de koelkast.