Naar de inhoud
Herbs & Cultures

Traditie in Zuid-Amerika

Kamëntšá- en Inga-geneeskunde

In de Sibundoy-vallei in Zuid-Colombia sinds eeuwen; een levende traditie

Afbeelding van Ayahuasca
Ayahuasca, Banisteriopsis caapiFrançois Delonnay/Archivo Centro Takiwasi · CC BY-SA 4.0

Geschiedenis

De Sibundoy-vallei ligt op ruim tweeduizend meter hoogte in de Andes van het departement Putumayo, in het zuiden van Colombia. Ten oosten ervan dalen de bergen steil af naar het Amazonelaagland. Al eeuwen wonen er twee volken naast elkaar. De Kamëntšá, ook Camsá genoemd, spreken een taal die met geen enkele andere taal verwant is. De Inga spreken Inga Kichwa, een vorm van Quechua. Die taal kwam misschien met de Inca's of later met de missionarissen, en de Inga zelf zien zich als verwant aan de Inca's.

Van het begin van de twintigste eeuw tot het eind van de jaren 1960 bestuurden kapucijner missionarissen de vallei. Ze namen veel van het land van de Kamëntšá en Inga in, lieten hen voor de missie werken en bestreden hun gebruiken. Toch bleef de kennis van de genezers bestaan.

De genezers van Sibundoy heten taita's. Ze staan in heel Colombia bekend als kruidengenezers die rondtrekken en op de markten van Bogotá, Pasto en Quito planten verkopen en patiënten behandelen. Vanaf de jaren 1940 werkte de botanicus Richard Evans Schultes in de vallei met de Kamëntšá-taita Salvador Chindoy. Ook diens verwant Pedro Chindoy werd ver buiten de vallei bekend.

Kernideeën

Voor de taita's komt de kennis van de planten van de planten zelf. Salvador Chindoy zei dat hij alles wat hij van geneeskrachtige planten wist, had geleerd in de visioenen die ze hem gaven. Planten als yagé en de borracheros worden daarom 'dokters' genoemd: wie ze op de juiste manier neemt, wordt door hen onderwezen.

Met die planten stelt een taita vast waarom iemand ziek is, en ziet hij wat verborgen is: wie de ziekte veroorzaakte, of waar iets verloren ging. Ziekte kan uit het lichaam komen, maar ook uit afgunst, betovering of een verstoorde verhouding met anderen of met de aarde. Wie kan genezen, kan volgens de mensen ook ziek maken, en daarom wordt een taita gerespecteerd en soms gevreesd.

Herstel van evenwicht is ook een zaak van de gemeenschap. Op Bëtscnaté, 'de grote dag', vragen de Kamëntšá elkaar vergiffenis, leggen ze ruzies bij en danken ze Moeder Aarde voor de oogst.

Kennis en overdracht

Een taita leert jarenlang bij een oudere genezer. Hij leert de planten, de gezangen en de diëten, en neemt onder leiding van zijn leraar de 'dokters' in. Bij het genezen schudt de taita een bladerbundel of ratel boven de zieke, blaast hij tabaksrook over het lichaam en strijkt hij de ziekte eruit, terwijl hij zingt.

Vrouwen kennen vaak de meeste wilde geneeskrachtige planten. Ze verzamelen ze voor de genezer of voor het huishouden, en wie een kleine verwonding heeft, gaat eerder naar een kruidenvrouw dan naar een taita. Soms is die kruidenvrouw de vrouw van de taita.

De taita's van Sibundoy kweken eigen vormen van Brugmansia, die alleen in de vallei voorkomen: struiken met smalle, vergroeide of 'aangevreten' bladeren, zoals kinde borrachero en munchiro borrachero. Ze worden alleen uit stekken gekweekt en zijn eigendom van de genezers. De sterkste vorm is culebra borrachero, die vroeger als een apart geslacht, Methysticodendron, werd beschreven. Daarnaast gebruiken ze Iochroma als laxeermiddel en roesmiddel, en Desfontainia als ze 'willen dromen'. Volgens de taita's worden de sterkste van die planten minder gebruikt dan vroeger, omdat ze zwaar zijn voor lichaam en geest.

Uit het laagland komen yagé, chiricaspi en guayusa, die de taita's van Sibundoy en Mocoa een middel tegen alles noemen. De Inga van het laagland drinken elke ochtend yoco.

Teksten en figuren

De kennis is mondeling en wordt doorgegeven van leraar op leerling. Buitenstaanders schreven er pas in de twintigste eeuw over. Schultes publiceerde vanaf de jaren 1940 over de planten van Sibundoy, en zijn leerling Melvin Bristol schreef in 1965 een proefschrift over de etnobotanie van de vallei en in 1969 een studie over de Brugmansia-vormen. Samen met de chemicus Robert Raffauf beschreef Schultes in The Healing Forest (1990) zo'n vijftienhonderd planten uit het noordwesten van de Amazone, en in Vine of the Soul (1992) toonde hij met foto's het werk van de genezers.

In 1999 kwamen in Yurayaco, in Caquetá, veertig bekende genezers uit zeven volken bijeen. Ze stelden een verklaring op en een ethische code voor de inheemse geneeskunde van de uitlopers van de Andes in de Colombiaanse Amazone. In 2000 werd die code ondertekend, en uit die bijeenkomst kwam de UMIYAC voort, de vereniging van inheemse yagé-genezers.

Vandaag

Er wonen ruim zevenduizend Kamëntšá, de meesten in de vallei. De Inga wonen in Sibundoy en Santiago en verder in Putumayo, Caquetá en Nariño. Beide talen worden nog gesproken, maar staan onder druk van het Spaans.

Bëtscnaté, ook Clëstrinye of carnaval van de vergeving genoemd, wordt elk jaar gevierd op de maandag voor Aswoensdag, met muziek, dans, kleurrijke kleding en de bekende houten maskers van de Kamëntšá.

De belangstelling van buitenstaanders voor yagé groeit. Sommige genezers werken met toeristen, maar de UMIYAC waarschuwt voor nepgenezers en voor de verkoop van ceremonies, en wil dat de kennis bij de volken zelf blijft. Organisaties als het Amazon Conservation Team helpen de volken hun land en hun plantenkennis te beschermen.

Natuur in de traditie

De vallei is een hoog, vruchtbaar bekken met akkers van maïs, bonen, aardappelen en erwten, omringd door bergbos en páramo. Opvallend veel planten groeien er alleen hier, en Schultes noemde Sibundoy de plek met misschien de meeste bekende psychoactieve planten ter wereld.

Bij de huizen staan Brugmansia's en Iochroma. Uit de hoogvlakten komt Hedyosmum, waarvan de taita's een zweetdrijvende thee maken. Uit het warme laagland rond Mocoa komen yagé, de bladeren van chagropanga die erbij gaan, chiricaspi, guayusa en yoco. Bij Mocoa staan nog guayusabomen uit een plantage van de jezuïeten, 250 tot 300 jaar oud.

Respectvol omgaan

De ceremonies met yagé horen bij de Kamëntšá, de Inga en hun buren. We beschrijven hier wat over hun geneeskunde bekend is, maar geven geen aanwijzingen voor een ceremonie. De UMIYAC vraagt buitenstaanders hun ceremonies niet na te doen of te verkopen.

Brugmansia en de borracheros van Sibundoy zijn zeer giftig: het verschil tussen een werkzame en een dodelijke hoeveelheid is klein. Daarom geven we er geen bereiding van, en ook niet van Iochroma. De vormen die de taita's kweken, zijn hun bezit.

DMT, de werkzame stof in de chacruna en chagropanga die bij yagé gaan, staat op lijst I van de Opiumwet.

Uit de keuken

Recepten met kruiden uit deze traditie

Er staat nog geen recept uit deze traditie op de site. Deze recepten gebruiken wel kruiden die zij kent.

Register

Kruiden in deze traditie

  • Let op

    Zuid-Amerika · Kruid · № 901

    Ayahuasca

    Banisteriopsis caapi

    Reusachtige liaan, tot dertig meter lang. De stengel bevat harmine, harmaline en tetrahydroharmine, die het enzym MAO remmen. Daardoor wordt de DMT uit planten als chacruna via de mond werkzaam. De drank geeft visioenen, en meestal braken en diarree, wat in de traditie als reiniging geldt.

    Kruidenkennis van het Amazonegebied+3
  • Let op

    Zuid-Amerika · Kruid · № 926

    Chiricaspi

    Brunfelsia grandiflora

    Struik uit de nachtschadefamilie, tot drie meter hoog, met geurende bloemen die van paars naar wit verkleuren. Bevat onder meer scopoletine en verbindingen die bij dieren stuipen veroorzaken. Geeft een gevoel van kou en tintelingen, en in grotere hoeveelheden duizeligheid en verlamming.

    Kruidenkennis van het Amazonegebied+1
  • Let op

    Zuid-Amerika · Kruid · № 876

    Floripondio

    Brugmansia spp. (o.a. B. arborea, B. sanguinea)

    Struik of boompje met grote hangende trompetbloemen. Alle delen bevatten tropaanalkaloïden zoals scopolamine en atropine, die verwardheid en hallucinaties veroorzaken.

    Kallawaya-geneeskunst+2
  • Let op

    Zuid-Amerika · Kruid · № 879

    Guayusa

    Ilex guayusa

    Familie van de yerba mate; het blad bevat veel cafeïne en werkt opwekkend.

    Kallawaya-geneeskunst+2
  • Let op

    Zuid-Amerika · Kruid · № 983

    Iochroma

    Iochroma fuchsioides

    Struik uit de nachtschadefamilie met trossen buisvormige, oranjerode bloemen. Er zijn withanoliden uit gehaald, stoffen die ook in ashwagandha zitten. Waarom de plant als roesmiddel werkt, is niet opgehelderd.

    Kamëntšá- en Inga-geneeskunde
  • Let op

    Zuid-Amerika · Kruid · № 980

    Yoco

    Paullinia yoco

    Houtige liaan uit de zeepboomfamilie, verwant aan guarana. De bast bevat cafeïne en theobromine; gemeten werd 0,1 tot 3,6 procent cafeïne, het meest in de binnenbast van de stam. Het is een van de weinige planten waarvan de bast en niet het zaad of blad een cafeïnedrank geeft.

    Kamëntšá- en Inga-geneeskunde