De Koreaanse geneeskunde, hanbang of hanui, heeft wortels in de Chinese geneeskunde, maar ontwikkelde zich door de eeuwen tot een eigen traditie. Al in de Goryeo-tijd werd Korea bekend om zijn ginseng, die naar China en Japan werd uitgevoerd.
In de vijftiende eeuw zochten Koreaanse artsen bewust naar eigen, inheemse middelen, de hyangyak. In 1433 verscheen de Hyangyak Jipseongbang, een groot werk over middelen uit Korea zelf.
Het belangrijkste werk is de Donguibogam, de "Kostbare spiegel van de Oosterse geneeskunde". Koning Seonjo gaf de hofarts Heo Jun (1539–1615) in 1596 de opdracht. Na de Japanse invasies en veel tegenslag voltooide Heo Jun het werk in 1610, en in 1613 werd het gedrukt. UNESCO nam het in 2009 op in het register van het werelddocumentair erfgoed.