Europa · Kruid · № 298
Stinkende gouwe
Chelidonium majus
Traditioneel toegeschreven
Urinedrijvend, reinigend, leverstimulerend, ontstekingsremmend.
Traditie in Europa
Geschriften vanaf de 5e eeuw v.Chr.

De Griekse geneeskunde begon niet met artsen maar met goden. In heiligdommen van Asklepios, zoals in Epidauros en op het eiland Kos, sliepen zieken een nacht in de tempel, in de hoop dat de god hen in een droom zou genezen of raad zou geven.
In de vijfde eeuw v.Chr. ontstond op Kos een andere benadering, verbonden met de naam Hippocrates (ca. 460–370 v.Chr.). De zogenoemde Hippocratische geschriften, zo'n zestig teksten van verschillende auteurs, zoeken de oorzaak van ziekte niet bij de goden, maar in het lichaam, de voeding, het klimaat en de leefwijze.
Later bouwden anderen hierop voort. Theophrastos schreef in de vierde eeuw v.Chr. het eerste grote werk over planten. In de eerste eeuw n.Chr. beschreef de Griekse legerarts Dioscorides in De materia medica zo'n zeshonderd planten en hun gebruik. Galenus (129–ca. 216), een arts uit Pergamon die in Rome werkte, bracht alles samen in een enorm oeuvre dat ruim vijftienhonderd jaar de Europese en islamitische geneeskunde zou bepalen.
De kern van de klassieke geneeskunde is de leer van de vier lichaamssappen: bloed, slijm, gele gal en zwarte gal. Ze horen bij de vier elementen en de vier kwaliteiten: warm, koud, droog en vochtig. Gezondheid is een goede menging van de sappen, krasis; ziekte is een verstoring ervan.
Galenus werkte dat uit tot een leer van temperamenten. Naar welk sap overheerst, is iemand sanguinisch, flegmatisch, cholerisch of melancholisch. Die woorden gebruiken we nog steeds.
De behandeling volgde de natuur. Het lichaam heeft een eigen genezende kracht, en de arts ondersteunt die met voeding, rust, beweging, baden en middelen. Voeding, diaita, was het eerste geneesmiddel.
Artsen leerden het vak in families, in scholen als die van Kos en Knidos, of bij een meester. In Alexandrië werd in de derde eeuw v.Chr. zelfs het menselijk lichaam onderzocht door ontleding.
De eed van Hippocrates, met beloften om de patiënt geen kwaad te doen en geheimhouding te bewaren, laat zien dat artsen zich als een beroepsgroep met eigen ethiek zagen.
Naast de geleerde artsen waren er kruidenverzamelaars, rhizotomoi, die wortels en planten groeven en verkochten, vaak met eigen rituelen en geheimen.
De Hippocratische geschriften behandelen onder meer de natuur van de mens, lucht, water en plaatsen, epidemieën en de eed. Ze vormen het begin van de westerse medische literatuur.
De materia medica van Dioscorides bleef eeuwenlang het belangrijkste werk over geneeskrachtige planten. Een prachtig geïllustreerd handschrift ervan, de Weense Dioscorides uit 512, staat op de UNESCO-lijst van het werelddocumentair erfgoed.
Ook de Naturalis Historia van Plinius de Oudere en het werk van Celsus, De medicina, zijn belangrijke bronnen. Galenus schreef honderden werken; vele zijn via Arabische vertalingen bewaard gebleven.
De leer van de lichaamssappen is door de moderne geneeskunde vervangen, maar de invloed van de klassieke geneeskunde is overal. Medische termen komen uit het Grieks en Latijn, artsen leggen bij hun afstuderen vaak een eed af die op de Hippocratische is gebaseerd, en de staf van Asklepios met de slang is het symbool van de geneeskunde.
De nadruk op leefstijl, voeding en het voorkomen van ziekte is weer actueel.
Veel planten uit Dioscorides worden nog steeds gebruikt, en sommige zijn onderzocht en blijken werkzame stoffen te bevatten.
De klassieke geneeskunde gebruikte honderden planten uit het Middellandse Zeegebied. Olijfolie was de basis van zalven en de keuken. Laurier was heilig voor Apollo, de vader van Asklepios. Munt, venkel, wijnruit, knoflook en alsem kwamen veel voor.
Sommige planten waren gevaarlijk. Scheerling was het gif waarmee de filosoof Socrates in 399 v.Chr. ter dood werd gebracht. Alruin werd gebruikt als pijnstiller en slaapmiddel, en er hingen veel legenden omheen. De slaapbol leverde opium.
Een beroemde verdwenen plant is silphium uit Cyrene, in het huidige Libië, die zo gewild was dat hij al in de oudheid uitstierf.
De klassieke geneeskunde is de basis van de Europese én de islamitische geneeskunde. Ze is bewaard en verrijkt door Arabische en Perzische geleerden.
Lees de oude teksten als geschiedenis. Sommige middelen, zoals scheerling en alruin, zijn dodelijk giftig.
Uit de keuken
Register
Europa · Kruid · № 298
Chelidonium majus
Traditioneel toegeschreven
Urinedrijvend, reinigend, leverstimulerend, ontstekingsremmend.
Europa · Kruid · № 98
Thymus vulgaris
Traditioneel gebruikt bij hoest en bronchitis; thymol uit de olie remt in het laboratorium bacteriën en schimmels. Er zijn enkele studies met hoestsiropen op basis van tijm.
Europa · Kruid · № 72
Foeniculum vulgare
Het zaad wordt traditioneel gebruikt bij winderigheid, een opgeblazen gevoel en krampjes. Er zijn enkele kleine studies, maar het bewijs is beperkt.
Azië · Voeding · № 801
Ficus carica
Traditioneel toegeschreven
Gedroogde vijgen maken Chinese soepen van nature zoet, zoals de waterkers-spareribsoep en de achtschattensoep; ze worden gezien als bevochtigend voor long en darm.
Europa · Kruid · № 242
Ruta graveolens
Traditioneel toegeschreven
Antiseptisch, stimulerend, menstruatiebevorderend, slijmoplossend, krampwerend, ontwormend (kinderen); versterkt haarvaten (rutine); bij hysterie, winderigheid en koliek, beginnende verlamming, indigestie; olie urinedrijvend en huidprikkelend.
Afrika · Kruid · № 547
Ricinus communis
Traditioneel toegeschreven
Olie mild laxerend; bladsap braakopwekkend bij vergiftiging, bladafkooksel laxerend, melk- en menstruatiebevorderend; kompres op steenpuisten en zwellingen, bij winderigheid bij kinderen; wortelafkooksel bij lumbago, reuma en ischias.
Europa · Kruid · № 554
Solanum nigrum
Traditioneel toegeschreven
Zuiverend, kalmerend, zweet- en urinedrijvend, slijmoplossend; bij oedeem, chronisch vergrote lever, geelzucht, chronische huidziekten, bloed ophoesten, aambeien, nier- en blaasontsteking, gonorroe, oogziekten; pijnstillende wassing.