Het noorden van Peru loopt van de kustwoestijn bij Trujillo, Chiclayo en Piura via het droogbos en de bergen tot in het Amazonegebied. Weinig streken ter wereld hebben zo'n rijke geneeskrachtige flora. De Peruaanse antropologe Lupe Camino noemde het noorden een deel van de 'gezondheidsas' van de Andes, een gebied van Zuid-Ecuador tot Noord-Bolivia waar genezers al heel lang planten verzamelen en ruilen.
De traditie is oud. Archeologen vonden resten van de San Pedro-cactus op vindplaatsen die duizenden jaren oud zijn. De Moche, die tussen ongeveer 100 en 800 aan deze kust leefden, beeldden genezers af op hun aardewerk, net als de San Pedro, de zaden van cabalonga en die van ishpingo. In het graf van de Heer van Sipán, een Moche-vorst, zijn resten van zulke planten gevonden.
Op het Moche-aardewerk staat ook een raadselachtige, kommavormige vrucht met een groot kelkje, die onderzoekers ulluchu noemen. Hij hangt aan de gordels van krijgers en boodschappers en zweeft rond priesters en offerscènes, en echte vruchten zijn in graven gevonden. Welke plant het is, weet niemand zeker. Bussmann en Sharon denken aan een Guarea, een boom uit het Amazonegebied waarvan de zaden giftige alkaloïden bevatten, en vermoeden dat de Moche die bij offers en misschien als snuif gebruikten. Dat is een hypothese, die nog niet door chemisch onderzoek is bevestigd. Ook de naam is onzeker: de archeoloog Rafael Larco Hoyle gebruikte hem in de jaren dertig, maar in de woordenboeken van het Mochica komt hij niet voor.
Na de Spaanse verovering vermengde de inheemse geneeskunde zich met het katholicisme en met Spaanse ideeën over ziekte. In de jaren 1780 liet bisschop Baltasar Martínez Compañón van Trujillo alles in zijn bisdom beschrijven en schilderen, ook de nuttige planten. Volgens de botanicus Rainer Bussmann en de antropoloog Douglas Sharon wordt ongeveer 40 procent van die planten nog op de markten van de kust verkocht. Een derde wordt alleen nog in het Amazonegebied gebruikt, en de rest raakte in onbruik. Tegelijk kwamen er veel nieuwe planten bij. Volgens hen konden genezers in Peru vrijer experimenteren dan in Ecuador, waar traditionele geneeskunde lang werd vervolgd.